DE EERSTE DOCUMENTAIRE AAN- VANGSTELLING VAN HET DAMMEN
UIT HET JAAR 1502

FRANCESCH VICENT, DE EERSTE DAMMER
Het diagonale lijnenspel, met de naam Andarraya in Kastilië en Marro de Punta in het koninkrijk Aragon, wordt iets eerder als 1495 door schaakmeester Francesch Vicent overgezet op een schaakbord (1), tussen 1493 en 1495. Echter niet inde 14e eeuw in Spanje zoals Van der Stoep (2)  dat weergeeft, want dan had zoiets zeker in schaakmanuscripten voorgekomen. Dit nieuwe spel speelt men nu  met de sterke dama gebaseerd op Isabel de Católica en de aanvangstelling moet voorgekomen zijn in het verloren schaakboek (3) van 1495 van Francesch Vicent. Hier zijn 4 bewijzen die in deze richting gaan.

1. Rayundo Diosdado Caballero
(4) die "De Prima Typographiae Hispaniae" schreef in het jaar 1793 zegt over het schaakboek: "het tema van dit boek is niets anders als het damspel of het schaakspel" volgens de priester Benito Ribas.

2. De reis van José Vargas Ponce
(5) naar Montserrat toe in 1799 is beschreven in Miscellanea Barcinonensia en 1968. José Vargas Ponce (1760-1821) was een bekende geleerde en vriend van Jovellanos en een manuscript van hem hebben ze bewaard in de "Academia de la Historia" in Madrid. In het manuscript zien we dat hij een liefhebber was van de schilderijen en oude boeken en hij gaf toe veel tijd besteed te hebben aan de inspectie van de portretten. Minder tijd had hij zo om de oude boeken te bestuderen, waarvan hij zeker 158 edities vond van vóór 1500 en de belangrijkste 11 werken daarvan gaf hij weer, waaronder het boek van Vicent (6):

"Vicente Francisco, over het damspel, in Valenciaans, 1 deel, 4º, door Antonio López de la Roca, 1495."

3. Het manuscript van Perugia
(7) dat door de grote Murray  (8) gehouden werd op de 16e eeuw werd door Kruijswijk (9)  weergeven aan het eind van de 16e eeuw, door Van der Stoep (10) ook op de 16e eeuw, door Pratesi (11) op 1580 en door Westerveld (12) ook foutief  omstreeks het jaar 1590, is geschreven door Francesch Vicent tussen de jaren 1502 - 1503 volgens het allerlaatste onderzoek van Garzón. Pratesi (13)  gaf al eerlijkheidshalve toe dat the manuscript niet toegeschreven kon worden aan een italiaanse bron en daar heeft hij zich zeker niet in vergist. Dr. Adriano Chico (14) zei al in het jaar 1984 dat het manuscript een werk van misterie was. De aanvangstelling van het damspel komt in di manuscript voor.

4. In 1995 ontdekte de Italiaan, Franco Pratesi
(15) , het schaakmanuscript van Cesena (16)  dat dateert tussen de jaren 1502 - 1511 volgens de schaakhistoricus, José Antonio Garzón Roger. Ook in dit manuscript komt de aanvangstelling van het damspel voor. In dit manuscript komen alle composities van Perugia voor. Het mag dan wel iets later geschreven of gekopieerd zijn, het blijft een feit dat de originele stellingen uit 1502-1503 dateren en van de gevluchtte Spaanse conversie jood Francesch Vicent afkomstig zijn. (In de teksten vinden
we ondermeer Valenciaanse woorden).

Dat de priester van het archief van Montserrat, vader Benito Ribas, het boek van Vicent als als damspel aanzag had naar alle waarschijnlijkheid te maken met de aanvangstelling van het damspel in het boek. Het zelfde kan gezegd worden van de geleerde José Vargas Ponce.

Mijn allerlaatste boek
(17)  over de geschiedenis van het dammen werd uitgegeven door de regering van Valencia. In het vlotgeschreven boek van Dr. Arie van der Stoep (18)  van 2005 komt mijn boek van 2004 niet voor en derhalve zijn de dammers dan ook niet op de hoogte van de verschillende laatste vondsten van José Antonio Garzón Roger. Er was een afspraak met mijn grote vriend Garzón dat ik zou wachten met het publiceren in internet totdat hij zijn nieuwe schaakgeschiedenisboek klaar zou kunnen hebben en hij zou verder niets over mijn onderzoek naar Lucena aan anderen laten weten. Begin januari, 2006 kwam mijn boek over Lucena op de markt en Garzon deed dat al een paar maanden terug. Binnenkort, waarschijnlijk in maart of april, 2006  komt er een uitgave van zijn boek in de Engelse taal, iets waarnaar ik al jaren lang loop te smeken. Op die manier komen de dammers dan ook uiteindelijk aan de weet waar het dammen vandaan komt en komen mijn ideeën niet alleen van mij af, doch ook van andere deskundigen op het gebied van de geschiedenis van dammen en schaken. 

Mijn vriend Garzón heeft twee hoofdstukken en een nawoord geschreven in mijn boek van 2004 en enkele teksten daarvan tracht ik hier in (slecht) Nederlands te vertalen. Ik ben al 31 jaar weg uit Nederland en hopenlijk ben ik nog te lezen.  Het betreft de volgende tekst
(19):

Van der Stoep en andere geschiedenisschrijvers hebben een  voorkeur gegeven aan de etimologische criteria. (Dit in tegenstelling tot de grote Spaanse geschiedenisonderzoeker, Prof. Dr. Juan Torres Fontes die een absolute voorkeur geeft aan dokumenten). Zij zijn van mening dat waneer het woord dame van Franse afkomst is ook het damspel dezelfde nationaliteit heeft. Het pleonasme van de etimologische criteria is voor Van der Stoep de oudste geschreven referentie van het damspel in een gedicht van 1508 (Amerval).

Comme au jeu d´echecz ou des dames.

Dit is voor ons niet eens een documentaire proef, want de tekst komt voor in een gedichtenboek dat weinig technische waarde heeft en bovendien zonder een dokument of Frans boek uit die tijd die dit damspel waar maakt. Dit ligt voor de hand (het eerste technische Franse boek is van Mallet uit 1668, veel slechter als de Spaanse boeken uit de XVI eeuw). Hoe dan ook in werkelijkheid is het vrijwel niet mogelijk dat de tekst van het gedicht zou hebben kunnen verwijzen naar het damspel, vanwege de volgende punten:

Het tijdstip, 1508, is precies het juiste tijdstip om twee verschillende vormen van het schaken de definiëren in Frankrijk (zoals dat 10 jaar eerder het geval was in Spanje). De dichter, die zeker geen expert in het schaken was, ziet verschil tussen twee vormen bij het schaken: échecs y échecs des dame (met de nieuwe sterke dame,  ajedrez de la dama in Spanje) en schreef daarom ou des dames in het meervoud om de volgende regel te kunnen rijmen: Qui sont beaux jeux, non pas infames.
Het is ook mogelijk dat ze tekst te maken had met een spel voor de damas (vrouwen), iets wat in die tijd gewaardeerd werd, als tegenhanger van het schaakspel dat een moeilijker spel was en weggelegd was voor de heren. Het zou bijvoorbeeld een alquerque spel geweest kunnen zijn (men kan niet van een dichter de preciese termen verwachten). We hebben al eens gezien dat bij het vertalen in Frans de tekst van Luis Vives men aux dames schreeft, terwijl het spel niets anders was dan het alquerque spel. Ook Francisco de Luque, in 1603, laat het aan de vrouwen over om damas te noemen aan het alquerque spel. Verder kan het betrekking hebben op een algemeen spel met damstukken. Hoe dan ook dit  weinigzeggende en verwarrend gedicht komt in geen enkel technisch werk over het dammen voor en het is een barbariteit te noemen dat historici als Murray, Kruijswijk en Van der Stoep zich beroepen op deze afzonderlijke regel om de geschiedenis van het dammen vast te kunnen stellen.

Het is duidelijk dat de etimologische criteria bankroet lijdt, want het wordt niet door andere dokumenten gesteund. Bovendien, de datum van 1508 is niet de eerste verwijzing aan het damspel. Tijdens een persoonlijke communicatie bevestigde de historicus Alessandro Sanvito, vanwege de vondst van een dokument uit 1506, in het Archief van Modena, waar de naam van een schaakmeester van Lucrecia Borgia voorkomt, zijn stelling dat deze meester niemand anders zijn kon dan Francesch Vicent, een man uit Valencia, hetzelfde als de Borgia die ook uit Valencia kwamen.

Een andere mogelijkheid die Sanvito opperde was de mogelijkheid dat de manuscriften uit Perugia en Cesena beiden geschreven waren aan het begin van de 16e eeuw en eerder als het manuscript van Lucrecia Borgia. Deze beide manuscripten waren met dezelfde hand geschreven en hadden vele soortgelijke termen en Sanvito dateerden (20)  de manuscipten tussen 1502 en 1506. In beide manuscripten komt de aanvangstelling van het damspel voor met de woorden ludus dominarum (21), en zo hebben we de eerste en oudste verwijzing, en in dit geval wel technisch naar het damspel, hetgeen volledig aansluit op het ontstaan van het dammen in Valencia.

Tot zover Garzón in het nawoord van mijn damboek.

Wat betreft de woorden ludus dominarum Garzón
(22) neemt als hypothesis aan dat deze woorden eerder waren als de woorden damspel (juego de damas of jeu de dames) in de ware betekenis van het dammen.

In de tijd dat mijn vriend Garzón bezig was om de geschiedenis van Francesch Vicent te beschrijven, alsmede zijn schaakmanuscripten heb ik me volledig gestort op het onderzoek naar Lucena, zoon van Juan Ramírez de Lucena, van het schaakboek van 1497. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat dit het zwaarste onderzoek uit mijn leven is geweest. Ik werk al jaren samen met hoogleraren en ik houd van onderzoek werk op het gebied van nieuwe produkten, nieuwe markten, nieuwe applicaties en wat dan ook met de geschiedenis te maken heeft van het dorp Blanca. Maar dit was heel iets anders en kostte enorm veel tijd en inspanning. Maar gelukkig heeft dit toch wat opgebracht, want ik heb nu de biografie van de ambassadeur Juan Ramírez de Lucena, waar ze al jaren naar lopen te zoeken. Verder heb ik vastgesteld dat Lucena, de zoon niemand anders is dan Fernando de Rojas, schrijver van het klassieke werk
"
La Celestina". Hier loopt men ook al 100 jaar naar te zoeken en mijn nieuwe boek zal hier wel de nodige opschudding veroorzaken onder de vele experten op het gebied van de middeleeuwse studies.  Voorts heb ik verschillende hypothesen geuit over twee andere auteurs van dit beroemde boek in Spanje uit 1499. De oude onbekende auteur is volgens mijn hypothese niemand anders dan de vader van Lucena, Juan Ramírez de Lucena en een andere auteur is de dichter Juan del Encina, die in Italié volgens mijn hypothese onder twee namen werkten: Bartolomé Torres Naharro en Francisco Delicado. Ik moet toegeven dat Spanje hele goede letterkundigen heeft, maar op het gebied van onderzoeken kan men nog veel verbeteren. Men neemt eenvoudig de tijd niet om iets goed te onderzoeken. Men wil zo veel mogelijk publicaties schrijven om hogerop te komen op de Universiteit als hoogleraar, maar het resultaat heeft er wel degelijk onder te lijden. Ook heb ik een Thesis gezien in USA over Juan Ramírez de Lucena, waar hele belangrijke werken (gewoon de databases raadplegen) niet in voorkomen. Laatst schreef een hoogleraar, hier in Murcia, een lange studie over Juan Ramírez de Lucena en het was niets anders dan het kopiëren van andere werken. Ik voel me hier dus als de grote Reinhardt Dozy (1820-1883), want alles is nog niet gezegd. Mijn boek met 5 hypothesen (in het Spaans)  is te vinden op de volgende webpage:

www.celestina-valledericote.com

http://www.celestina-valledericote.com/celestina/portadas.html


Op dit moment, nu ik
Hispanist (23) geworden ben  (2005), leg ik me niet meer toe op de technische damgeschiedenis, maar meer op de Spaanse geschiedenis rondom het dam- en schaak gebeuren. Sinds 1999 werd ik toegelaten als lid van de Historische Commissie van Spaanse Schaakfederatie in Madrid en over Lucena wil ik nog veel schrijven. 
Bulletin 4, bladzijden 9-11     Augustus, 2005
Bulletin 7, bladzijde 20          Februari, 2006         


In het jaar 2002 werd ik officieel als kroniekschrijver benoemd van Blanca in de provincie Murcia (ik ben hier de enigste buitenlander met deze titel) en zodoende schrijf ik ook de geschiedenis van dit allerlaatste morendorp in Spanje en houd me bezig met de voorbereidingen van kongressen hier, die elke twee jaar gehouden worden om over de geschiedenis van het Valle de Ricote te bespreken, waartoe ook het dorp Blanca behoort.

www.blancanet.org
www.blancaweb.org
www.ricote.com

Vanwege de studie van Juan Ramírez de Lucena kwam ik er achter dat Francesch Vicent om inquisitie redenen naar het Romaanse hof vluchtte; waarschijnlijk met behulp van Juan Ramírez de Lucena. Later komt Francesch Vicent terecht bij Lucrecia Borgia, de dochter van de Paus om haar in Ferrara het schaken te leren.  De echte expert in Francesch Vicent is echter Garzón Roger.

Het boek van Juan de Timoneda, gedrukt in 1635, was een kopie van een boek van 1547. Na een studie van de teksten blijkt dat dezen omstreeks 1520 geschreven moeten zijn. Het boek van Timoneda zegt het duidelijk "nuestro marro de punta".
Onze Marro de Punta; dus het spel uit Valencia. Ook Lorenzo Valls (1597)  zegt dat in soortgelijke termen. Dit heb ik allemaal weergegeven in mijn boek van 2003 dat met vele nieuwe hoofdstukken  een grote en totale vernieuwing was van mijn boek uit 1997, waarin Rob Jansen ook aan deelnam.

Het nieuwe aankomende boek van mijn vriend Garzón in het engels, waarin gelukkig ook de oorsprong van het dammen behandeld wordt, maakt deze gehele zaak veel duidelijker.  Ik doe dus een stapje terug en laat verder alles aan Garzon over.
BBLIOGRAFIE:


1. WESTERVELD, Govert (2003). La reina Isabel la Católica: Su reflejo en la dama poderosa de Valencia, cuna del ajedrez moderno y origen del juego de damas. (Koningin Isabel la Católica: haar weerspiegeling in de sterke dame van Valencië, wieg van het moderne schaakspel en oorsprong van het damspel). Bladzijde 254

2.  STOEP, Arie van der (2005). Draughts in relation to chess and alquerque. Bladzijden 128-129

3.  Dit boek bevond zich nog in de 18e eeuw in het grote en belangrijke klooster "Monserrat" in de buurt van Barcelona en naar alle waarschijnlijkheid is het op de één of andere manier verkocht in het begin van de 20e eeuw aan een rijke amerikaan. Misschien wel aan John G.  White  (1845-1928) uit Cleveland.  Het boek is niet verbrand in 1811 tijdens de Franse bezetting. Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2001). En pos del incunable perdido. Francesch Vicent: Llibre dels jochs partitis dels schachs, Valencia, 1495. Bladzijden  95 en  181

4.  DIOSDADO CABALLERO, Raymundo (1793). De Prima Typographiae Hispaniae, Roma. In de Kastiliaanse versie van D. Vicente Fontán, Madrid, 1865 zien we op bladzijde 93:
"145. LIBRE DEL JOCHS PARTITS de Francesh Vicent natural de Segorbe. Al final se lee: A loor y gloria de N. Redemptor Jesu Christ fonch acabat lo dit libre del sachs en la insigne ciutat de Valencia, e stampat per mans de Lope de Roca Alamany, e pere Trincher librere a 15. dias de Mag de any MCCCCLXXXXV, según Benito Ribas. El asunto de est libro no es más que el juego llamado de las damas o ajedrez."  Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2001). En pos del incunable perdido. Francesch Vicent: Llibre dels jochs partitis dels schachs, Valencia, 1495. Bladzijde 21

5.  BARAUT, Cebrià (1968). Viatge de Josep Vargas Ponce a Montserrat l'any 1799. In: Miscellania Barcinonensia 7 (núm. XVIII), págs. 7-37. Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2001). En pos del incunable perdido. Francesch Vicent: Llibre dels jochs partitis dels schachs, Valencia, 1495. Bladzijde  98

6.  "Vicente Francisco, sobre el Juego de damas, en Valenciano, 1 tomo, 4º, por Antonio López de la Roca, 1495." Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2001). En pos del incunable perdido. Francesch Vicent: Llibre dels jochs partitis dels schachs, Valencia, 1495. Bladzijde  98

7.   Biblioteca Comunale Augusta de Perugia, signatura: ms. 775 (L.27). Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2005). El regreso de Francesch Vicent. La Historia del nacimiento y la expansión del ajedrez moderno, Valencia. Bladzijde  111

8. MURRAY, Harold James Ruthven  (1952). A history of Board-games other than chess, Oxford. Bladzijden 72 en 78.
MURRAY, Harold James Ruthven (1913). A History of Chess. Bladzijde 733.

9.  KRUIJSWIJK, Karel Wendel (1966). Algemene historie en bibliografie van het damspel. Den Haag.  Bladzijden 54 en 55.

10.  STOEP, Arie van der (1984). A history of draughts, Rockanje. Bladzijde 125.

11. PRATESI, Franco (1987). On the earliest literary evidence about Italian draughts. In: Het Nieuwe Damspel, 1987-1, Utrecht. Bladzijden 40 en 41.

12. WESTERVELD, Govert (1997). La influencia de la Reina Isabel la Católica sobre la Nueva Dama Poderosa en el Origen del Juego de las Damas y el Ajedrez Moderno. Literatura Española 1283-1700. (De invloed van de Spaanse koningin Isabel la Catolica op de nieuwe sterke dame in de oorsprong van het dam- en moderne schaakspel. Spaanse literatuur jaren: 1283-1700). Bladzijde 181

13.  PRATESI, Franco (1987). On the earliest literary evidence about Italian draughts. In: Het Nieuwe Damspel, 1987-1, Utrecht.  Bladzijden 40.

14. CHICCO, Adriano (1984). Il misteri del codice perugino. In: Contromossa, maart. Bladzijde 10. Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2005). El regreso de Francesch Vicent. La Historia del nacimiento y la expansión del ajedrez moderno, Valencia. Bladzijde  98

15. PRATESI, Franco (1996). Il Manoscritto Scacchistico di Cesena. In: Scachi e Scienze Aplicate. Suplemento del nº 2, fascículo 15, 16 bladzijden, Venecia.  Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2005). El regreso de Francesch Vicent. La Historia del nacimiento y la expansión del ajedrez moderno, Valencia. Bladzijde  112

16. Ms. cartáceo 166.74 van de Biblioteca Malastestiana van Cesena. Geciteerd door GARZÓN ROGER, José Antonio (2005). El regreso de Francesch Vicent. La Historia del nacimiento y la expansión del ajedrez moderno, Valencia. Bladzijde  112

17.  WESTERVELD, Govert (2003). La reina Isabel la Católica: Su reflejo en la dama poderosa de Valencia, cuna del ajedrez moderno y origen del juego de damas. (Koningin Isabel la Católica: haar weerspiegeling in de sterke dame van Valencië, wieg van het moderne schaakspel en oorsprong van het damspel).

18. STOEP, Arie van der (2005). Draughts in relation to chess and alquerque.

19. GARZÓN ROGER,  José Antonio (2003). Epílogo. In: WESTERVELD, Govert (2003). La reina Isabel la Católica: Su reflejo en la dama poderosa de Valencia, cuna del ajedrez moderno y origen del juego de damas. (Koningin Isabel la Católica: haar weerspiegeling in de sterke dame van Valencië, wieg van het moderne schaakspel en oorsprong van het damspel). Bladzijden 374-377

20. GARZÓN ROGER, José Antonio (2003). Comunicación personal. Ambos MSS. vienen descritos en la importante obra de Sanvito: Bibliografia italiana degli scacchi. Dalle origine al 1999. Edizioni Sylvestre Bonnard. Milano, 1999. El Códice de Perugia lleva el número 49 y el de Cesena el 53, este último fue descubierto por Franco Pratesi. In: WESTERVELD, Govert (2003). La reina Isabel la Católica: Su reflejo en la dama poderosa de Valencia, cuna del ajedrez moderno y origen del juego de damas. (Koningin Isabel la Católica: haar weerspiegeling in de sterke dame van Valencië, wieg van het moderne schaakspel en oorsprong van het damspel). Bladzijden 374

21. GARZÓN ROGER, José Antonio (2003). También en el MS. de Cesena figura una posición inicial del juego de damas con idéntica leyenda, ludus dominarum, lo que refuerza la idea de una misma autoría para ambos textos, como sugiere Sanvito. In: WESTERVELD, Govert (2003). La reina Isabel la Católica: Su reflejo en la dama poderosa de Valencia, cuna del ajedrez moderno y origen del juego de damas. (Koningin Isabel la Católica: haar weerspiegeling in de sterke dame van Valencië, wieg van het moderne schaakspel en oorsprong van het damspel). 

22. GARZÓN ROGER, José Antonio (2005). El regreso de Francesch Vicent. La Historia del nacimiento y la expansión del ajedrez moderno, Valencia. Bladzijde  388
  
23. Toegelaten tot de "Asociación de Hispanistas de Benelux (AHBx)"  en  de "Asociación Internacional de Hispanistas (AIH)"
Copyright 2005- 2006  Govert Westerveld
Acta de Protocolización, protocolo 1410, 18.6.2004 ante el notario D. Antonio Navarro Cremades de Abarán
Inscripción Registro Territorial de la Propiedad Intelectual de Murcia, solicitud 638, fecha 4.11.2005
Número de Asiento Registral 08/2005/671      - 14-12-2005
inscripción Registro Territorial de la Propiedad Intelectual de Murcia, solicitud 750, fecha 2.1.2006
Met dank aan José Antonio Garzón Roger - bladzijde 113 van zijn boek, 2005.